Reiner Füllmich, politiek gevangene #3 Reiner richt zich tot ons
Vanuit zijn gevangenis richt Reiner Füllmich zich tot het Franstalige publiek.
Geconfronteerd met nieuwe beschuldigingen, al negen maanden opgesloten en al zes maanden voor de rechtbank, heeft Reiner vanuit zijn cel telefonisch een boodschap gedicteerd aan zijn advocate, Mr. Katja Wörmer. Deze boodschap is gericht aan Kerstin Heusinger, onze Duitse correspondente, opdat zij ze zou uitschrijven en zo ruim mogelijk zou verspreiden onder het Franstalige publiek. De vertaling is van Kerstin en KAro voor BAM!.
Beste Kerstin,
De strafprocedure wegens misbruik van vertrouwen die tegen mij is ingesteld, is een pure schijnvertoning, een showproces dat dient om mij publiekelijk in diskrediet te brengen en vooral om mijn vrouw en mij financieel te ruïneren. Ik denk dat dat nu volkomen duidelijk is voor het publiek. Sinds een maand hebben we aangetoond dat de beschuldigingen tegen mij onjuist zijn. Als enige leidinggevende die bevoegd was om het Corona-comité te beheren, had ik immers het recht leningen aan te gaan om een deel van de ontvangen giften veilig te stellen in een context van steeds grotere risico’s. Ik was uiteraard bereid ze terug te betalen, want ik was de oprichter en het gezicht van het Corona-comité en werkte samen met een groep internationale advocaten opdat de door het Corona-comité verkregen bewijzen zouden worden gebruikt in juridische procedures tegen de verantwoordelijken van de plandemie. Ik was ook in staat het geld terug te betalen en ik zou het hebben gedaan – de rechtbank erkent dat zelf –, als het daarvoor bestemde geld mij niet door de klagers was ontfutseld, met de steun van de procureur.
De rechtbank heeft dat allemaal toegegeven. Maar nu probeert ze een uitweg te vinden door plots nieuwe, volledig verzonnen beschuldigingen toe te voegen. Toch blijft de akte van beschuldiging verwijzen naar beschuldigingen waarvan erkend is dat ze vals zijn, hoewel het parket zijn onderzoek tegen Viviane Fischer wegens een beschuldiging van misbruik van vertrouwen die vergelijkbaar is met die tegen mij, heeft geseponeerd. In haar geval negeert de ingeroepen reden – ze heeft de lening terugbetaald – echter dat die terugbetaling zes weken na de strafklacht tegen haar plaatsvond, negeert ze ook dat dit gebeurde met fondsen die door oplichting werden verkregen en vervolgens verduisterd, en gebruikt ze een voorwendsel: haar man zou zich borg hebben gesteld.
Alles toont dus aan dat het eigenlijke onderwerp niet die ongegronde beschuldigingen van misbruik van vertrouwen zijn, maar uitsluitend het stopzetten van mijn werk over de Covid-„crisis” en van mijn samenwerking met internationale advocaten, en dus het beletten dat ik de waarheid over de plandemie aan het licht breng.
Vrijheid van meningsuiting en justitie onder vuur
Het dossier van de geheime diensten dat Mr. Miseré over mij heeft voorgelegd, bewijst dat alles op schitterende wijze. De notities van de geheime diensten die aanbevelen een strafprocedure tegen mij uit het niets te „fabriceren”, worden immers bevestigd door het gedrag van de procureur, die zo onderworpen lijkt aan politieke inmenging:
1) Aanvankelijk had de procureur-generaal, mevrouw Reinecke, op basis van dezelfde feiten geen enkele aanwijzing van strafbaar gedrag vastgesteld en had ze de dossiers die haar waren voorgelegd laten seponeren, tweeënhalve maand voordat Justus Hoffmann zijn strafklacht indiende.
2) Tweeënhalve maand later dienden Justus Hoffmann, Antonia Fischer en Marcel Templin, drie Berlijnse advocaten die al lang onder controle staan van de staatsveiligheid, een overduidelijk querulante strafklacht tegen mij in. Deze klacht bevat feiten die allemaal absoluut onjuist zijn. Dat is sindsdien aangetoond. Intussen werd procureur-generaal Reinecke (die dus geen enkel strafbaar gedrag van mijn kant had vastgesteld) van de zaak gehaald en vervangen door een procureur die tijdelijk van Hannover naar Göttingen werd overgeplaatst, procureur John.
3) Die heeft mij meer dan een jaar en drie maanden het recht ontzegd om gehoord te worden. Daarentegen werkte hij in die periode intensief, schriftelijk en mondeling, samen met mijn aanklagers, en ook met Viviane Fischer en haar advocaat, zelf een voormalig procureur. Ze communiceerden allemaal meestal telefonisch.
4) Van minstens 80 telefoongesprekken die het parket met deze personen heeft gevoerd, staat er geen enkel in het beschuldigingsdossier! Ook geen attest van liquiditeit van de man van Viviane Fischer. De procureur laat dus essentiële documenten weg, of onttrekt ze. In andere landen, bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, zouden zulke tekortkomingen onmiddellijk tot een seponering van de procedure leiden, zoals de zaak van Alec Baldwin zopas heeft aangetoond.
5) Laten we daaraan toevoegen dat ik in Mexico werd ontvoerd, zoals we hebben bewezen, en dat een uitzetting gewoon werd gesimuleerd op aansturen van de Duitse diensten. De voorzitter van de rechtbank erkent dat in zijn laatste beslissing, die van 12.07.24 (bovenaan pagina 11*). Hij acht dat echter onbelangrijk, omdat het volgens hem om een intern Mexicaans probleem gaat. Zo probeert hij eens te meer onze argumentatie en de voorgelegde getuigenbewijzen ten onrechte te ontkrachten: het onwettige gedrag van de Mexicanen en mijn ontvoering werden geëist door de Duitse diensten, zoals gemakkelijk kan worden afgeleid bij het lezen van het dossier zelf. En deze werkwijze stemt perfect overeen met de richtlijnen van de Duitse diensten over de behandeling van tegenstanders van de vrijheidsberovende Covidmaatregelen. *https://acrobat.adobe.com/id/urn:aaid:sc:EU:0c477b79‑8c02‑4775‑9772‑ccbf975538e4
6) Alleen een echte uitleveringsprocedure had het mogelijk gemaakt het Duitse aanhoudingsbevel in Mexico uit te voeren en mij daar wettig te arresteren om mij naar Duitsland over te brengen. Die procedure werd bewust omzeild, want in het kader van een uitlevering zou ik gehoord zijn. Zo had ik kunnen aantonen dat alle beschuldigingen tegen mij voor een zogenaamd wanbedrijf (geen misdaad, laat staan een geweldmisdaad) vals waren, zoals het proces in Göttingen zopas heeft bewezen. In die omstandigheden zou het uitleveringsverzoek nooit zijn aanvaard en zou het ook niet mogelijk zijn geweest om, zoals de rechter in Göttingen probeert, de feiten waarop het uitleveringsverzoek steunde plots door nieuwe feiten te vervangen.
7) De voorzitter van de rechtbank van Göttingen, die volgens de informatie waarover wij beschikken eveneens door de staatsveiligheid zou zijn benaderd, ontzegt ons het recht om gehoord te worden. Hij zou zich willen beperken tot het – bovendien onderbroken – verhoor van de getuigen à charge. Hij weigert de getuigen à decharge te horen die wij hebben opgeroepen om de nieuwe beschuldigingen te weerleggen. Hij is echter niet de enige die zich schuldig maakt aan rechtsverkrachting. De andere leden van de rechtbank doen er ook aan mee. Laten we eraan herinneren dat rechtsverkrachting niet alleen een wanbedrijf is, zoals het misbruik van vertrouwen dat mij wordt verweten, maar een misdaad waarop een gevangenisstraf van minstens één jaar staat.
In werkelijkheid worden hier de vrijheid van meningsuiting en justitie aangevallen. Twee pijlers van de democratie. Twee pijlers die we tot het einde zullen verdedigen.
Reiner Füllmich, vertaald door Kerstin Heusinger & KAro
Illustratie en chapô door BAM!