Kwaadwillige aantasting van de democratie?
Op 22 februari keurde het Belgische parlement boek II van het Strafwetboek goed, waarin een even vaag als zorgwekkend nieuw misdrijf staat: de kwaadwillige aantasting van het staatsgezag.
Na de Europese DSA en de Franse wet tegen zogenaamde sektarische ontsporingen (aangenomen in een schijnvertoning van democratie) is deze criminalisering van protest een extra nagel aan de doodskist van de vrijheid van meningsuiting. Maar slaap gerust: het is onder het nobele voorwendsel „de fundamentele waarden van onze democratie te beschermen” dat men ons deze prachtige initiatieven voorstelt…
Opgenomen in een grondige actualisering van het Belgische Strafwetboek staat het nieuwe begrip „kwaadwillige aantasting van het staatsgezag” in één en dezelfde wet naast oorlogsmisdaden, gijzeling, ecocide, foltering, intrafamiliale doodslag, voyeurisme, verkrachting, …
In zijn oorspronkelijke formulering definieerde het wetsartikel de „kwaadwillige aantasting van het staatsgezag” als een opzettelijk schadelijke en kennelijke daad die het wettelijke gezag rechtstreeks tart of tot ongehoorzaamheid aanzet. De definitieve versie van dit wetsartikel voert echter belangrijke onderscheiden in: ze bestraft niet alleen daden die het staatsgezag schaden, maar ook daden die de nationale veiligheid bedreigen, de openbare orde verstoren of de voorkoming van misdrijven belemmeren. Ze legt ook strengere straffen op, die worden gemoduleerd naargelang de categorie van de overtreden wet en de ernst van het gepleegde misdrijf.
|
|
Negatief advies van de Raad van State
De parlementaire debatten hadden nochtans een opvallende spanning blootgelegd tussen de wil om het staatsgezag te versterken en de noodzaak om de fundamentele vrijheden te vrijwaren.
De Raad van State wees op het belang van een precieze definitie van termen als „openbare orde” en „aantasting van het staatsgezag”, en onderstreepte het risico van een te ruime interpretatie die tot onevenredige beperkingen van de individuele vrijheden zou kunnen leiden. De noodzaak om elke nieuwe wetgeving strikt af te stemmen op de richtlijnen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens was een leidmotief, met frequente herinneringen aan de noodzaak om een evenwicht te bewaren tussen de veiligheid van de staat en de democratische vrijheden.
Leden van het federale parlement, zoals mevrouw Rajae Maouane (Ecolo‑Groen) en de heer Philippe Lamberts (Ecolo‑Groen), uitten hun bezorgdheid over de mogelijkheid dat de wet zou worden gebruikt om betogingen en de vrijheid van meningsuiting – essentiële democratische pijlers die in de grondwet zijn verankerd – onrechtmatig te beperken. Ze pleitten voor een gematigde en evenredige aanpak, in overeenstemming met de bestaande rechtspraak.
De debatten gingen ook over de mogelijke overbodigheid van de wet, met argumenten dat de reeds bestaande misdrijven het toepassingsgebied van de voorgestelde nieuwe wet voldoende dekten. Dat deed vragen rijzen over het concrete nut van dit artikel, waarbij sommige sprekers vreesden dat het zou dienen om bijkomende, onnodige strafmaatregelen in te voeren die willekeurig zouden kunnen worden misbruikt.
Mevrouw Sophie Rohonyi (DéFI) herinnerde aan het cruciale belang van de wet voor de bescherming van de persvrijheid en van kritiek op de regering, en wees op de noodzaak te waarborgen dat elke wetgevende maatregel deze grondrechten ondersteunt en niet ondermijnt.
Een collectief van 513 ondertekenaars slaat alarm
In een opiniestuk dat op 15 februari in Le Soir verscheen[3] heeft een collectief van 513 ondertekenaars uit het verenigingsleven, de universitaire wereld, het gerecht en het middenveld de aandacht van de politici en het publiek gevestigd op de gevaren van zo’n wet voor de vrijheid van meningsuiting en de democratie.
Antidemocratisch karakter van het voorstel
Het collectief vindt dat burgerlijke ongehoorzaamheid, die bestaat uit publieke, collectieve, bewuste en geweldloze overtredingen van de wet, een fundamenteel en traditioneel element is in de evolutie van beschavingen. Ze benadrukken dat burgerlijke ongehoorzaamheid de rechtsstaat niet in vraag stelt, maar een publiek debat wil op gang brengen dat essentieel is voor de democratie. De auteurs van het opiniestuk herinneren eraan dat burgerlijke ongehoorzaamheid doorheen de geschiedenis een belangrijke motor van sociale en politieke verandering is geweest. Burgerlijke ongehoorzaamheid was cruciaal voor de burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten, die met Martin Luther King uitmondde in de Civil Rights Act van 1964. Ze leidde ook tot de onafhankelijkheid van India met Gandhi. Haar rol was doorslaggevend bij het verwerven van het vrouwenstemrecht. Ten slotte droeg ze met Nelson Mandela bij tot het einde van de apartheid in Zuid-Afrika. Door zulke acties strafbaar te stellen, ondermijnt de voorgestelde wet de grondslagen van de democratie.
Gevaren bij de toepassing van de wet
Het collectief vindt ook dat het te ruime toepassingsgebied ervan mogelijk de criminalisering van protest in ruime zin toelaat en het recht op vrijheid van meningsuiting en van protest ernstig in gevaar brengt. Bovendien zou de toepassing ervan ongelijkheid voor de wet kunnen creëren en de rechtszekerheid in gevaar brengen.
Overbodigheid en nutteloosheid van de wet
Net als sommige parlementsleden vindt het collectief de bepaling overbodig, omdat burgerlijke ongehoorzaamheid al gedekt is door de vrijheid van meningsuiting, die beschermd wordt door internationale, Europese, regionale en nationale teksten. Ze stellen dat het nieuwe misdrijf geen enkel voordeel zou opleveren en dat soortgelijke bepalingen, die uiteindelijk worden gebruikt in een andere context dan oorspronkelijk bedoeld, in het verleden al zijn waargenomen.
Het collectief benadrukt dus dat dit wetsvoorstel antidemocratisch, gevaarlijk en nutteloos is en dat het ingaat tegen de tendens binnen de politieke wereld zelf om het belang van burgerlijke ongehoorzaamheid voor het democratische debat te erkennen. Ze roepen de parlementsleden met aandrang op deze bepaling resoluut te verwerpen, omdat ze een ernstige bedreiging voor de grondrechten vormt.
„Wat maakt het uit!”
Ondanks het koor van afkeuring van de Raad van State, het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens en stemmen uit het verenigingsleven, de universitaire wereld, het gerecht en het middenveld, bleef de meerderheid van het parlement doof en keurde ze de wet uiteindelijk goed[4].
Een schrale troost: de staat zal de wet in zijn grote mildheid twee jaar na de publicatie ervan toepassen… Waarschijnlijk de tijd om te wennen aan ons nieuwe democratische regime door te leren niet kwaadwillig te zijn tegenover het staatsgezag… Op weg naar de absolute democratie, waar trouw aan de macht in het Strafwetboek staat.
|
|
Marcan voor BAM!
De illustratie is van BAM!
[2] Un nouveau code pénal adapté au 21e siècle - Team Justice
[3] Juristes, universitaires, syndicalistes et citoyens: ils disent « non » à « l’atteinte méchante à l’autorité de l’Etat » - Le Soir

