VN: strategische stemming voor een wereldwijde machtsovername?
Vandaag, woensdag 20 september, worden de staatshoofden en regeringsleiders van de VN-lidstaten uitgenodigd om een verklaring aan te nemen over de preventie van, de paraatheid voor en de respons op pandemieën. Een blanco cheque voor een herziening van de Internationale Gezondheidsregeling en een akkoord dat de WHO een wereldwijde bestuursmacht wil geven bij een gezondheidscrisis.
De tweede dag van de 78e zitting van de Algemene Vergadering van de VN (19-22 september) wordt gewijd aan een bijeenkomst op hoog niveau met het oog op de aanneming van een politieke verklaring die het beheer van epidemieën op wereldschaal ingrijpend zou kunnen veranderen. Het doel is lessen te trekken uit de COVID-crisis en zich voor te bereiden op toekomstige pandemieën door middel van internationale coördinatie onder auspiciën van de WHO. Het document van 14 pagina’s begint met een vaststelling: „de verwoesting die de COVID-19-pandemie heeft veroorzaakt” (PPI)[1]. Het vermijdt echter zorgvuldig de oorzaken van die verwoesting te analyseren of na te gaan of het door de WHO aangestuurde politieke antwoord adequaat was. Het waarschuwt voor „de impact van pandemieën op de geestelijke gezondheid en het welzijn van iedereen” (PP26), maar vergeet de rol van de lockdown in die negatieve impact in vraag te stellen. Deze verklaring, doorspekt met goede bedoelingen, moet niettemin worden geanalyseerd in het licht van de balans van het beheer van de SARS-CoV-2-epidemie door de WHO, de gezondheidsarm van de VN.
Welnu, de eerste punten van zorg van de VN zijn „de opkomst of heropleving van ziekten met epidemische neiging die blijft versnellen” (PP3), en de ongelijke toegang tot de vaccins tegen COVID-19. De verklaring betreurt immers een vaccinatiegraad van slechts 20% in de ontwikkelingslanden, tegenover 75% in de rijke landen, zonder die cijfers af te wegen tegen de infectiegraad en de COVID-sterfte die respectievelijk in die regio’s werden vastgesteld. Heeft Afrika bijvoorbeeld werkelijk geleden onder een gebrek aan Pfizer- en Moderna-doses?
Kapitaliseren op de COVID-19-crisis
Het doel van de tekst is „voort te bouwen op het momentum van de respons op COVID-19 door de tijdelijk verhoogde capaciteiten om te zetten in permanente capaciteiten” (PP8). Tot de innovaties die tijdens de COVID-crisis zijn opgedoken, behoren uiteraard de technologische instrumenten, zoals de ‚gezondheidspas’. Een digitale technologie waarvan de VN het nut opeist om „de beveiligde communicatie tijdens gezondheidsnoodsituaties te versterken”, maar uiteraard „met waarborging van de bescherming van persoonsgegevens, met name door de uitvoering van de wereldwijde strategie voor digitale gezondheid 2020-2025” (PP18). De WHO werkt immers aan een project voor een Wereldwijd Digitaal Gezondheidsnetwerk (Global Digital Health Certification Network) waarmee gezondheidscertificaten of ‚vaccinatiepassen’ zouden kunnen worden gecontroleerd[2], in het kader van de toekomstige actualisering van haar Internationale Gezondheidsregeling. Wie vreesde dat de ‚gezondheidspas’ niet zou verdwijnen met het einde van de COVID-noodtoestand, had misschien niet helemaal ongelijk! Men kan zich ook vragen stellen bij de oprechtheid van de bedoelingen van deze verklaring, die enkele regels verder zegt „de zorgverleners te willen beschermen tegen elke vorm van schade, geweld, aanvallen, intimidatie” (PP20) „en discriminerende praktijken, met erkenning dat de veiligheid van zorgverleners en de veiligheid van patiënten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn” (OP29). Toch herinneren we ons niet dat de WHO in opstand kwam tegen de schorsing zonder loon van Franse zorgverleners die een injectie weigerden die hun onvoldoende garanties inzake onschadelijkheid leek te bieden. Evenmin bracht ze de bemoedigende resultaten naar buiten die werden waargenomen in landen die ivermectine voorschreven om COVID-19 te bestrijden. Nochtans erkent de verklaring „de noodzaak om de preventie van epidemieën te versterken door ervaringen en beste praktijken te delen” (PP24).
Een wereldwijd bestuur voor ‚Eén gezondheid’
Maar voor de VN vereist „het snelste en meest adequate antwoord op elke epidemie die zich zou kunnen voordoen” integendeel een uniek gezondheidsproject, ‚One Health’ gedoopt, of ‚Une seule santé’ in de Franse vertaling. Dit wereldwijde project heeft als doel een „samenwerking tussen menselijke gezondheid, diergezondheid en plantgezondheid, evenals het milieu en andere relevante sectoren” (PP24) te bevorderen. Niets mag dus nog ontsnappen aan de controle van de WHO en de Verenigde Naties. Uiteraard roept één enkel gezondheidsbeleid om een wereldwijd bestuur. De staatshoofden moeten zich er bijgevolg toe verbinden de Wereldgezondheidsorganisatie te steunen door haar „het gezag, de onafhankelijkheid en de financiering te verlenen die nodig zijn om de landen te helpen de risico’s op gezondheidsnoodsituaties tot een minimum te beperken en de gevolgen ervan te verzachten”, dat wil zeggen „het leiderschap en de centrale rol van de WHO in wereldwijde gezondheidskwesties te erkennen” (OP21). De leiders van de lidstaten van de Verenigde Naties stemmen vandaag dus voor of tegen de aanneming, vanaf 2024 (door het Intergouvernementeel Onderhandelingsorgaan in Genève), van „een ambitieus en juridisch bindend verdrag, akkoord of ander internationaal instrument over de preventie van, de paraatheid voor en de respons op pandemieën” (OP44). Als dit instrument uiteindelijk door de afgevaardigden op de Wereldgezondheidsvergadering van mei volgend jaar wordt bekrachtigd, zal dit nieuwe akkoord (gestart in 2021) worden verankerd in het statuut van de WHO. Het zal een aanvulling vormen op de wijzigingen van de Internationale Gezondheidsregeling (2005), waarvan de onderhandelingen eveneens in 2024 moeten worden afgerond. In afwachting daarvan is het doel van deze top van 20 september de staatshoofden het principe te laten bekrachtigen van een pandemieakkoord dat internationaalrechtelijk bindend zal zijn en de WHO in staat zal stellen om bij een gezondheidsnoodsituatie maatregelen aan haar 194 lidstaten op te leggen, en niet langer alleen aan te bevelen[3].
Vaccinatie en strijd tegen desinformatie
Tot de prioriteiten van de VN en de WHO behoort vaccinatie, die „een cruciale rol speelt bij de preventie van epidemieën en toekomstige pandemieën”. De verklaring benadrukt het belang van investeringen in immunisatie, in het bijzonder die van kinderen, „een van de meest doeltreffende en kosteneffectieve gezondheidsinterventies, met de grootste impact en bewezen resultaten” (PP27). De Verenigde Naties verbinden zich er dus toe vaccinatieweigering tegen te gaan en de vaccinatiegraad uit te breiden (OP38). Kwatongen zouden er een belangenconflict in kunnen zien, wanneer ze vaststellen dat de Bill & Melinda Gates Foundation en de vaccinalliantie GAVI tot de grootste private bijdragers aan het budget van de WHO behoren, ten belope van 1183 miljoen dollar voor het jaar 2020-21[4][5]. Want betekent ‚Eén gezondheid’ willen niet één enkel standpunt opleggen, één enkele bron van officiële aanbevelingen bevoordelen? Wordt de censuur van afwijkende medische meningen dan niet onvermijdelijk? Het hoeft niet te verbazen dat paragraaf OP32 voorziet in de noodzaak om valse informatie over volksgezondheidsmaatregelen te bestrijden en om „desinformatie tegen te gaan, met name op socialemediaplatformen, in de context van de preventie van, de paraatheid voor en de respons op pandemieën, en om het vertrouwen in de gezondheidssystemen en de vaccins te bevorderen” (OP32).
Geld is de motor
Deze intentieverklaring gaat uiteraard gepaard met een engagement van de staatshoofden om de WHO te financieren voor de uitvoering van dit project. Een financiering die, zoals paragraaf OP39 onderstreept, zal worden geleverd door „de binnenlandse overheidsmiddelen als voornaamste financieringsbron voor de paraatheid voor en de respons op en de preventie van pandemieën”. Het Pandemiefonds, dat in november 2022 werd opgericht om lage-inkomenslanden te helpen het hoofd te bieden aan de gezondheidsnoodsituatie, wordt behouden en „zal ongeveer 30 miljard dollar per jaar vergen” (OP39).
Volmachten verlenen aan een consul, die in een ernstige crisissituatie tot dictator werd bevorderd: dat was de oplossing die de Romeinse republiek in de oudheid had bedacht. Die dictators bleven echter onder controle van de senaat, die hen voor zes maanden benoemde en erop toezag dat ze hun prerogatieven opgaven zodra de crisis bedwongen was. En toch werd de Romeinse republiek uiteindelijk verdrongen door een keizer. Wie zal vandaag de macht van de WHO controleren, na de wijziging van de IGR en een bindend pandemieakkoord? Deze uitbreiding van haar bevoegdheden dreigt immers eerder de individuele vrijheden in vraag te stellen dan de nationale soevereiniteit. De herziening van de IGR stelt immers voor haar engagement tot „volledige eerbiediging van de waardigheid, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden van personen” te vervangen door het veel minder geruststellende engagement tot billijkheid, samenhang en inclusie[6]. Moeten we eraan herinneren dat het al de directeur-generaal van de WHO is die het prerogatief heeft om een gezondheidsnoodsituatie van internationale omvang af te kondigen? Welnu, het is door het criterium van morbiditeit te schrappen uit haar oorspronkelijke definitie van een pandemie dat de WHO een wereldwijde noodtoestand rechtvaardigde in verband met de H1N1-griep in 2009, en vervolgens met het SARS-CoV-2-virus in 2020. Een andere ‚actualisering’ van haar eigen definities stelde haar ook in staat de injecties met mRNA-technologie als vaccin te bestempelen. De WHO heeft haar responsstrategie voor de SARS-CoV-2-pandemie echter nooit in vraag gesteld, hoewel die miljoenen slachtoffers heeft geëist. Een strategie die moeilijk te rechtvaardigen is in het licht van de sociaal-economische schade van de lockdowns, de achteruitgang van de geestelijke en lichamelijke gezondheid of nog het ontbreken van onderzoek naar de omvang van de bijwerkingen die aan de vaccins worden toegeschreven. Het is dit angstwekkende gezondheidsbeleid, opgebouwd rond een nog niet beheerste vaccintechnologie, dat de VN niettemin als referentie neemt, zonder zich vragen te stellen bij de invloed en de belangenconflicten van de private geldschieters van de WHO, zoals de Bill & Melinda Gates Foundation (2e grootste bijdrager) of de GAVI-alliantie. Als de Wereldgezondheidsorganisatie in tijden van gezondheidscrisis een wereldwijde bestuursmacht krijgt, dreigt ze dan niet te spelen met een ‚elastische’ definitie van noodsituaties om haar macht te behouden?
KAro voor BAM!
Illustratie en inleiding van BAM!
Fotobronnen Adobe Stock
[1] Semaine de haut niveau de l’Assemblée générale 2023 | Nations Unies
[2] Creating a Digital Prison’: WHO Rushes Ahead on Global Digital Health Certificates • Children’s Health Defense
[3] L’accord mondial sur les pandémies en bref - Consilium
[6] ‘Amendments to WHO’s International Health Regulations: An Annotated Guide ⋆ Brownstone Institute