Google in oorlog tegen de geesten?

Google in oorlog tegen de geesten?

Controle over de online uitgewisselde informatie, creatie van digitale tweelingen, doorverwijzing naar inhoud op maat: Big Tech wil de burgers en hun politieke keuzes vormen. Volgens welke criteria? In de Verenigde Staten onthullen klokkenluiders zoals Zach Vorhies en professor Robert Epstein de verborgen invloed van Google en zijn inmenging in de verkiezingen. Een duik in het consortium van het totalitarisme 2.0.

Met 5 miljard smartphonegebruikers wereldwijd in 2024[1] leven we bijna allemaal met een spion in onze zak. Zonder dat we het weten, zijn deze kleine zakcomputers in de loop der jaren uitgegroeid tot ultra-efficiënte, invasieve controle-instrumenten.

Dankzij een gesofisticeerde marketingstrategie die erin bestaat talrijke functies en applicaties „gratis” aan te bieden, kunnen fabrikanten en providers ons voortdurend geolokaliseren, onze gesprekken en uitwisselingen op sociale netwerken opnemen, onze zoekopdrachten en onze aankopen onthouden, om onze keuzes en ons gedrag nauwkeurig te coderen. Zo analyseren Big Tech, en in de eerste plaats Google, onze politieke opvattingen, onze seksuele geaardheid en ook ons engagement op het vlak van activisme, spiritualiteit of religie.

Kennismaking met onze digitale tweeling

Dankzij krachtige algoritmen maakt deze gigantische concentratie van gegevens het mogelijk een dynamisch en uiterst nauwkeurig profiel van elke gebruiker op te bouwen, de zogenaamde digitale tweeling. Deze algoritmen zijn niet alleen in staat tot „voorspellende programmering”, dat wil zeggen ons gedrag te anticiperen, maar ook om het te sturen, via factoren die Google invoegt in de inhoud die ons wordt voorgeschoteld, volgens criteria waartoe wij geen toegang hebben.

Zo is er een volstrekt asymmetrische relatie ontstaan tussen de consument en de GAFAM (Google, Apple, Facebook, Amazon, Microsoft). Terwijl we denken dat we ons bewegen in een gigantische bibliotheek van kennis, vrij, gratis en voor iedereen toegankelijk, worden we 24 uur per dag gevolgd en geanalyseerd, om ons beter te beïnvloeden volgens ons profiel, in de richting die Big Tech heeft bepaald. Bovendien zijn onze gegevens een aanzienlijke bron van winst: ze worden verkocht aan een reeks bedrijven voor gerichte marketing, met onze toestemming, ook al lezen we, zoals 91% van de gebruikers2 - en 97% van de jongeren onder de 34 jaar -, de wettelijke voorwaarden van het contract niet.

Tien jaar geleden al waarschuwden analisten ons dat Google meer over ons wist3 dan wijzelf. Stel u voor welke macht dit bedrijf vandaag, met de exponentiële ontwikkeling van AI, heeft over elke internetgebruiker. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld stelt de gedetailleerde analyse van deze enorme hoeveelheid gegevens (Big Data) via AI Google en andere Big Tech in staat een gedetailleerd politiek panorama op te bouwen, staat per staat, county per county, door enerzijds de officieel geregistreerde partijaanhorigheid van Amerikaanse burgers te koppelen aan hun digitale profiel en anderzijds hun uitwisselingen op sociale netwerken te analyseren. Deze dynamische kruisingen, al in 2008 gebruikt tijdens de politieke campagne van Obama, hebben bijgedragen tot zijn overwinning.

Van een lucratieve coalitie naar een totalitarisme 2.0?

Al deze door Google gemanipuleerde gegevens interesseren de federale overheid ten zeerste, en de inlichtingendiensten nog meer. De nabijheid tussen de techgigant en de regering-Obama blijkt uit het aantal bezoeken dat in het register van het Witte Huis is opgetekend: tussen 21 januari 2009 en 31 oktober 2015 bezochten ingenieurs en leidinggevenden van Google het Witte Huis 427 keer[2]. Met andere woorden: meer dan eens per week volgden vergaderingen en gesprekken elkaar op tussen werknemers van Google en ambtenaren van de regering-Obama over een zeer breed scala aan onderwerpen: nationale veiligheid, strategie voor digitale media, overheidscontracten, antitrustwetgeving, intellectuele eigendom, biotechnologie, energie en klimaatverandering, telecommunicatie, buitenlands beleid, gezondheid: zowat alles passeerde de revue.

Het bewijs van een convergentie van belangen is ondubbelzinnig. Dit nauwe partnerschap tussen Google en de federale overheid is niet alleen uitgemond in lucratieve publiek-private contracten, maar heeft ook geleid tot de ontwikkeling van realtime toezicht op elke Amerikaanse en buitenlandse burger, ten voordele van zowel de techgigant als de federale overheid en haar agentschappen. Dit toezicht ligt aan de basis van een gesofisticeerd censuursysteem, besteld door de inlichtingendiensten en uitgerold via Big Tech, om de kiezers te manipuleren in de richting die bepaald wordt door wat men „de diepe staat” noemt. Die uitdrukking verwijst naar een verweven consortium van niet-verkozen hoge ambtenaren die, binnen het ministerie van Buitenlandse Zaken, Defensie en de inlichtingendiensten (CIA, NSA, FBI), de Amerikaanse politiek sturen en leiden, ongeacht welke partij aan de macht is. Het omvat ook de CEO’s van de grote bedrijven, de belangrijkste systeemmedia en een aantal ngo’s en denktanks (reflectie- en beleidsgroepen) die de invloed van dit consortium binnen en buiten het land moeten verankeren.

Terugblik op de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016

In Europa beseft men niet altijd met welke verbetenheid, met welke systematiek Donald Trump werd aangevallen door de machtsnetwerken via de gedweeë media. De media, de vierde macht, die geacht worden de vrijheid van informatie te verzekeren en de betrouwbaarheid ervan te waarborgen, functioneren de facto ten dienste van het consortium om diegenen te laten verkiezen die zijn belangen zullen dienen. Deze aanvallen, bedoeld om het personage zwart te maken en er voor minstens een deel van de Amerikaanse bevolking een afschrikwekkend voorbeeld van te maken, namen toe vanaf midden 2015, bij de start van Trumps campagne.

Want hoewel hij miljardair is en tot een zekere elite behoort, komt Donald Trump niet uit het wereldje. Vóór zijn campagne van 2016 heeft hij geen politieke ervaring en zijn voorkeuren evolueren[3] in de loop der tijd. In het spoor van zijn vader steunt hij de Democratische Partij in New York en behoort John-John Kennedy, de zoon van JFK, tot zijn naasten. In de jaren 80 steunt hij de kandidatuur van Ronald Reagan. Eind jaren 90 sluit hij een tijdlang aan bij Ross Perot, net als hij zakenman, die in 1992 en 1996 als onafhankelijke campagne voerde voor de presidentsverkiezingen. In 2012 overweegt hij het op te nemen tegen Obama wanneer die zich kandidaat stelt voor een 2e ambtstermijn, maar ziet er vervolgens van af.

Wanneer hij in 2015 zijn kandidatuur voor het presidentschap op het Republikeinse ticket aankondigt, veroorzaakt hij een vloedgolf in de politieke microkosmos van Washington D.C. en doet hij het establishment beven. Deze outsider bedreigt immers het bestaande systeem en dreigt de goed geoliede raderen ervan te blokkeren, terwijl Hillary Clinton tot de kring behoort en ruim gesteund wordt door Google, haar grootste donor, zoals Barak Obama vóór haar. De verbeten campagne tegen hem in 2016 zal zo’n intensiteit bereiken dat niet alleen een deel van de Amerikanen hem haat – men spreekt van het Trump Derangement Syndrome – ik heb het persoonlijk vastgesteld bij mijn democratische vrienden -, maar dat ook de Europeanen hem in meerderheid als een gevaarlijke fascist beschouwen.

Google, de macht van een monopolie

Hoe zijn we zover gekomen? Welke middelen werden gebruikt om de publieke opinie in die mate te manipuleren en zelfs de verkiezingsresultaten rechtstreeks te beïnvloeden? De inmenging van Google zal immers haar hoogtepunt bereiken bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2020. De vraag is belangrijk, want de geschiedenis zou zich in 2024 best kunnen herhalen…

Google heeft de facto een monopolie op zoekmachines in het Westen en beantwoordt 92% van de online zoekopdrachten. Binnen de GAFAM, allemaal Amerikaanse bedrijven, vertegenwoordigt Google alleen al een beurskapitalisatie van 1 655 miljard dollar in 2024. Het bedrijf beschikt over de grootste gebruikersbasis: Google heeft 1,5 miljard actieve Gmail-accounts, terwijl Google Chrome 2,6 miljard actieve gebruikers[4] telt wereldwijd. Deze monopoliepositie stelt het bedrijf in staat een astronomische omzet uit advertenties te halen: 238 miljard dollar[5] in 2023, en verklaart zijn bevoorrechte relatie met de regering en de inlichtingendiensten.

Robert Epstein, de onderzoeker die alarm sloeg

Google is niet aan zijn proefstuk toe, zoals professor Robert Epstein uitlegt, die al in 2015 publiekelijk waarschuwde voor de invloed van Google[6] op de verkiezingen. Deze onderzoeker in de psychologie is ook een computergeek. Hij behaalt in 1981 zijn PhD aan de Harvard-universiteit en leidt daarna onderzoek naar uiteenlopende onderwerpen in de analyse van menselijk gedrag, waarbij hij online tests ontwikkelt en computermodellen uitvindt. R. Epstein is een productief auteur en schrijft voor en draagt bij aan talrijke media. In 2013 ontdekt hij hoe zoekmachines de uitslag van verkiezingen kunnen manipuleren, een fenomeen dat hij SEME (Search Engine Manipulation Effect) noemt. Hij geeft lezingen aan verschillende universiteiten en publiceert over het onderwerp, waarbij hij aantoont dat een dominant bedrijf als Google de macht heeft om de uitslag van nipte verkiezingen te bepalen.

Vanaf 2015 stelt R. Epstein een team samen om aan te tonen hoe zoekmachines – Google voorop – te werk gaan om individuen te beïnvloeden en te manipuleren. Hij werft in elke staat vrijwilligers die ermee instemmen hun toestellen uit te rusten met door zijn team ontwikkelde software om systematisch de zoekresultaten van Google (en van andere zoekmachines zoals Bing of Yahoo) vast te leggen en ze vervolgens te analyseren om de vooringenomenheid vast te stellen.

Zo ontdekt de psycholoog dat die vooringenomenheid niet alleen bestaat en in het voordeel van de Democraten speelt, maar ook specifiek gericht is op het profiel van de gebruiker.

De invloed van Google op de verkiezingen

In democratische landen wordt de uitslag van presidentsverkiezingen beslist door enkele procentpunten. Het zijn dus de twijfelaars, ongeveer 20% van de kiezers, die de uitslag van een verkiezing kunnen veranderen. Zij worden opgespoord en gevolgd naarmate ze online zoeken, om beïnvloed te worden in de door Google gewenste richting. In de VS zijn de twijfelende kiezers veeleer gematigden die geneigd zijn over te hellen naar het liberale kamp, en Google weet dat. Het algoritme zal dus de 10 bovenste antwoorden op de eerste resultatenpagina selecteren met artikels, interviews en positieve meningen over de Democratische kandidaten – of het nu om de presidentsverkiezingen gaat of om een zetel als senator of afgevaardigde in het Congres. Gaan de vragen over de andere partij, dan toont de zoekmachine negatieve kritieken en vernederende beelden van de Republikeinse kandidaten. Het gaat om een vluchtig censuursysteem georganiseerd door algoritmen (zodra de resultaten van een zoekopdracht zijn getoond, verdwijnen ze) en waarvan de selectiecriteria niet openbaar zijn.

De twijfelaars worden perfect geïdentificeerd via de digitale gebruikersprofielen die de algoritmen van Google aanmaken en beheren. Facebook werkt op een vergelijkbare manier door vluchtige posts naar voren te schuiven die volgens het profiel zijn georiënteerd.

Deze resultaten, verontrustend voor de werking van de democratie, worden gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften. Geen enkele universiteit neemt dit werk echter over of bouwt erop voort, omdat de onderzoeksdirecteurs het niet aandurven om tegen de techgigant in te gaan. Het is, paradoxaal genoeg, een klokkenluider die de juistheid van de ontdekkingen van Robert Epstein zal bevestigen.

Zach Vorhies: de klokkenluider die de zwarte lijsten onthulde

Klokkenluider Zach Vorhies[7] haalde in 2020 de krantenkoppen door de misleidende manipulaties van Google over politieke onderwerpen publiekelijk aan de kaak te stellen. Deze software-ingenieur werkte bijna 9 jaar voor de holding Alphabet in San Francisco, eerst voor Google, daarna voor YouTube. Zonder echt politiek geëngageerd te zijn, stelt hij de linkse oriëntatie van de meerderheid van de werknemers vast en waardeert hij niet hoe de conservatieven, een kleine minderheid binnen het bedrijf, worden behandeld. Het bedrijf draagt immers sterke waarden uit en rekruteert dienovereenkomstig. Google noemt zich liberaal, ten dienste van een utopie die het bedrijf de hele mensheid tracht op te leggen, en die nu vertaald wordt in de principes van diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie (DEI) en van de woke-ideologie. Want naast de verkiezingen is er door Big Tech geleidelijk een echt censuursysteem opgezet, in naam van de DEI-ideologie, die met de Democraten wordt geassocieerd, terwijl conservatieven worden bestempeld met etiketten als fascisten, extreemrechts of antisemieten.

Deze ideologie, ontstaan als reactie op racisme, is ontspoord tot extreme standpunten, zoals de systematische victimisering van minderheden, inclusief LGBTQ+, of het schuldig doen voelen van blanken. In grote bedrijven zoals Alphabet vertaalt ze zich in DEI-pacten, tot en met de promotie van werknemers niet op basis van hun ervaring en competenties, maar volgens hun huidskleur of seksuele geaardheid.

Onder zijn collega’s onderscheidt Zach Vorhies twee categorieën: de apathische liberalen, onverschillig voor de evoluties in de samenleving, en de uitgesproken Democraten, die systematisch partij kiezen tegen wie niet op hen lijkt. Hij is verbijsterd door hun reactie na de overwinning van Trump. Half november 2016 doet de sfeer tijdens de interne weekafsluitende vergadering denken aan een begrafenis. De werknemers zijn er kapot van, sommigen huilen. De terugkerende vraag is: „hoe is het mogelijk dat meer dan de helft van onze medeburgers op Trump heeft kunnen stemmen?”. Wanneer een werknemer van Google vraagt wat men kan doen om de desinformatie en het fake news te bestrijden die ervan beschuldigd worden tot de verkiezing van Trump te hebben geleid, antwoordt Sundar Pichai, de CEO van Google, met woorden die zowel vaag als alarmerend zijn. S. Pichai ziet er een kans in om vooruitgang te boeken op het vlak van machine learning en artificiële intelligentie. Tot dan toe waren de interne controlesystemen bedoeld om problemen als pesterijen en beledigende commentaren te bestrijden. Maar eenmaal veralgemeend zullen AI en machine learning voor veel meer gebruikt kunnen worden.

De multinational slaat dan duidelijk de weg van de censuur in. Zijn algoritmen maken niet alleen conservatieve sites, media en influencers onzichtbaar of blokkeren ze, maar al snel ook iedereen die tijdens de covidcrisis de geldigheid van de volksgezondheidsmaatregelen betwist. Wanneer Zach Vorhies de „politieke zwarte lijsten” ontdekt[8] met sites, YouTube-kanalen en trefwoorden die in de zoekalgoritmen worden geïntegreerd om bepaalde informatiebronnen te bannen, onzichtbaar te maken of er een negatief etiket op te plakken, neemt hij een radicale beslissing. In juni 2019 neemt hij ontslag bij Google en neemt hij meer dan 950 pagina’s interne documenten mee – waaronder de beruchte zwarte lijsten – die hij aan het ministerie van Justitie overhandigt. Via Project Veritas waarschuwt hij ook het publiek voor het uitgebreide censuursysteem van Google. Erkend als klokkenluider, vertelt Z. Vorhies vervolgens zijn verhaal in een boek dat in augustus 2021 verscheen, Google Leaks[9]!. Daarin legt hij uitvoerig uit hoe het bedrijf intern een echt „Ministerie van Waarheid” heeft ontwikkeld.

Passiviteit van de politiek

Volgens de Amerikaanse wetgeving[10] is liegen onder ede voor het Congres meineed, net als liegen voor een rechtbank. En toch antwoordt Karan Bhatia, vicevoorzitter voor overheidsbeleid bij Google, in 2019 voor een commissie van het Congres, wanneer de Democratische senator Mazie Hirono hem ondervraagt over het aanleggen van politieke zwarte lijsten: „nee, mevrouw de senator, wij gebruiken geen zwarte lijsten om onze zoekresultaten te beïnvloeden”.

Robert Epstein blijft van zijn kant documenteren hoe gedrag, geesten en verkiezingen onder controle worden gebracht door de zoekmachine die voor miljarden gebruikers bijna onmisbaar is geworden. In zijn tussenkomsten herhaalt deze liberaal dat hij de democratie, de Verenigde Staten en de mensheid boven elke politieke partij plaatst. Al in 2016, terwijl hij zelf Hillary Clinton steunt, is hij verontrust door de resultaten van zijn software, geïnstalleerd bij 95 vrijwilligers verspreid over 24 Amerikaanse staten. De analyses die hij met zijn team uitvoert op 13 000 zoekresultaten in verband met de verkiezingen, tonen extreme vooringenomenheid aan die door Google wordt gegenereerd. Volgens zijn berekeningen zou die vooringenomenheid tussen 2,6 en 10,4 miljoen stemmen van twijfelende kiezers naar de Democratische kandidate hebben verschoven, zonder dat iemand het merkte!

In juni 2019 wordt R. Epstein opgeroepen voor de commissie voor justitie van de Amerikaanse Senaat om de resultaten[11] van zijn onderzoek toe te lichten. Zijn doel is de verkozenen te waarschuwen voor de bedreigingen die Google vormt voor de goede werking van de democratie. In zijn getuigenis waarschuwt hij dat de ingenieurs van Google bewust vluchtige ervaringen bouwen om de manier van denken van internetgebruikers te veranderen en hun keuzes te sturen. Daarnaast wijst hij op de massale surveillanceoperaties van de GAFAM, met name Facebook, en bevestigt hij het bestaan van de zwarte lijsten. Ten slotte waarschuwt hij de commissie dat, aangezien de techgiganten allemaal dezelfde partij steunen, de verkiezingen van 2020 in het gedrang komen en dat er een groot risico bestaat dat Facebook en vooral Google hun algoritmen zullen gebruiken om hun doel te bereiken: de Democratische kandidaten laten winnen.

Toch reageren de senatoren niet, ook al stelt professor Epstein concrete technische oplossingen voor om Google te monitoren. Laten we niet vergeten dat de leden van de Democratische Partij financieel gesteund worden door Big Tech en dat sommigen in verkiezingsperiode zitten. De Republikeinen van hun kant zijn terughoudend om wetgeving te maken en te belemmeren wat zij nog als vrije concurrentie beschouwen. Er wordt geen enkele beslissing genomen en de hoorzittingen blijven daarbij.

Het overleven van de democratie staat op het spel

In 2020 herhaalt Epstein het experiment met een groter team en meer financiering. Er worden 1735 vrijwilligers gerekruteerd die in de sleutelstaten en -county’s voor de presidentsverkiezingen wonen. Er worden 5 miljoen webpagina’s van Google, Yahoo, YouTube, Facebook en Bing opgeslagen. Enkele dagen voor de verkiezingen besluit hij zijn analyseresultaten openbaar te maken. De resultaten bevestigen ondubbelzinnig vooringenomenheid, onregelmatigheden of fraude die met name door auditors en verkiezingsexperts zijn aangeklaagd[12]. Robert Epstein durft zelfs te beweren dat volgens zijn projecties, zonder ingrijpen van Google, het Amerikaanse presidentschap, de Senaat en het Congres een Republikeinse meerderheid zouden hebben gehad! De volgende tabel, overgenomen van de site die het team van Epstein heeft opgezet[13] zet de officiële verkiezingsresultaten (linkerkolom) tegenover een projectie van de resultaten zonder inmenging van Google (rechterkolom).

google-en-guerre-contre-les-esprits

Robert Epstein moet het gevoel hebben een roepende in de woestijn te zijn: de mainstreammedia negeren hem, de senatoren horen hem en keren zich vervolgens van zijn werk af zonder wetgeving te maken, zijn collega-onderzoekers weigeren de fakkel over te nemen. Toch zet hij met zijn team onvermoeibaar zijn werk voort en klaagt hij een ongeziene machtsgreep op onze geest aan. Voor deze ervaren psycholoog staat het immers buiten kijf dat er niets meer of minder op het spel staat dan de vrijheid om ons kritisch denkvermogen te gebruiken en zelf na te denken. Want dankzij de nieuwe technologieën zijn deze manipulaties van een heel andere aard en omvang dan de middelen die in vroegere totalitaire regimes werden gebruikt. Door hun vluchtige karakter ontsnappen deze manipulaties aan de bewuste geest en werken ze subliminaal in op onze keuzes en ons gedrag.

200 platformen passen contentcontrole toe

Zoals R. Epstein het samenvat: „u weet niet wat men u niet toont”. De overgrote meerderheid van de internetgebruikers zoekt niet verder dan de eerste pagina met resultaten die Google voorstelt. Ze aanvaarden passief de waarheid volgens Google. De volgorde waarin de online zoekresultaten worden gepresenteerd is dus van doorslaggevend belang om het gedrag van de internetgebruiker te beïnvloeden, volgens de criteria die in het algoritme zijn geprogrammeerd. De controle en sturing van inhoud wordt uitgevoerd door 200 gespecialiseerde platformen, georkestreerd als een wereldwijd surveillancesysteem volgens geheime protocollen. Google Analytics is ontworpen om kolossale winsten te genereren en tegelijk de kampioen van een ideologie te zijn. En vergelijkbare systemen zijn actief bij Facebook.

Er wordt vaak verwezen naar de afscheidsrede van president Dwight Eisenhower van 17 januari 1961, waarin hij waarschuwde voor het militair-industrieel complex. Robert Epstein wijst op een tweede waarschuwing[14] van Eisenhower: „het gevaar dat ons overheidsbeleid zelf gevangene wordt van een wetenschappelijk-technologische elite”.  Zestig jaar later zijn we zover. De techno-wetenschappelijke elite heeft de macht gegrepen en zowel regeringen als internationale instellingen geïnfiltreerd. Een enorme macht ligt in handen van miljardairs, megalomane techmagnaten. Belust op eeuwig leven dankzij AI, verspreiden zij hun technoreligie en beschikken zij voortaan over de middelen om de massa te sturen in de richting die zij zelf gekozen hebben.

Is het al te laat?

De oplossingen die Robert Epstein voorstelt zijn pragmatisch en relatief eenvoudig uit te voeren als de politieke wil er is. Men zou moeten eisen dat Google de zoekindex van zijn enorme database openbaar maakt, met andere woorden open source maakt. Zou het zoeken naar informatie per slot van rekening geen publiek goed moeten zijn? Dat zou transparant maken hoe de resultaten worden gefilterd, zonder de advertentie-inkomsten te verminderen. Het zou ook innovatie en gezonde concurrentie opnieuw aanzwengelen, door de creatie te stimuleren van performante zoekmachines die zich zouden kunnen specialiseren in niches en interessegebieden.

Momenteel is 70% van de video’s die internetgebruikers op YouTube bekijken door het algoritme aanbevolen. Als we niet willen dat Google onze beslissingen stuurt en ons gedrag manipuleert zonder dat u het weet, laten we dan beginnen met het uitschakelen van de automatische aanbevelingen, een onafhankelijke zoekmachine installeren en onze macht terugnemen!

Elisabeth Dancet


Chapeau en illustratie door BAM!

Fotomontage:  Marcan

[1] How Many People Own Smartphones in the World? (2024‑2029) | Priori Data

[2] TTP - Google’s White House Meetings

[3] Donald Trump: Campaigns and Elections | Miller Center

[4] https://zipdo.co/google‑user‑statistics/

[5] Google: advertising revenue 2023 | Statista

[6] How Google Could Rig the 2016 Election - POLITICO Magazine

[7] Zach Vorhies - Google | Project Veritas

[8] More reports suggest Google lied when it told congress it doesn’t have manual blacklists

[9] Google Leaks: A Whistleblower’s Exposé of Big Tech Censorship: 9781510767362: Heckenlively, Kent, Vorhies, Zach: Books

[10] 18 U.S. Code § 1001 - Statements or entries generally

[11] Why Google Poses a Serious Threat to Democracy, and How to End That Threat

[12]  Audit électoral aux USA : la saga continue | FranceSoir

[13] https://americasdigitalshield.com/

[14] President Dwight D. Eisenhower’s Farewell Address (1961) | National Archives

Delen
Wist u dat?

Bij BAM! zijn we allemaal vrijwilliger of zo goed als

Al meer dan vijf jaar wordt dit medium gedragen door vrijwilligers die er allemaal een beroep naast uitoefenen.

← Terug naar home