Frankrijk: sektarische of totalitaire ontsporingen?
Zal de Assemblée nationale een nieuw strafrechtelijk misdrijf goedkeuren, het aanzetten tot het stopzetten van zorg? Dit wetsontwerp, voorgesteld als een middel om sektarische ontsporingen te bestrijden, bedreigt rechtstreeks de vrijheid van meningsuiting over medische kwesties, evenals de bescherming van klokkenluiders.
Een jaar gevangenisstraf en 15 000 euro boete, en zelfs vijf jaar gevangenisstraf en 75 000 euro boete als het misdrijf werd gepleegd via een onlinecommunicatiedienst: dat zijn de straffen die artikel 4 van het wetsontwerp ter versterking van de strijd tegen sektarische ontsporingen voorziet. Om welke misdrijven zou het gaan? „Het aanzetten tot het stopzetten of niet volgen van een medische behandeling met therapeutisch of profylactisch doel” die ernstige gevolgen zou kunnen hebben voor de gezondheid van personen, evenals het „aanzetten tot het aannemen van praktijken die worden voorgesteld als hebbende een therapeutisch of profylactisch doel voor de betrokken personen, terwijl het, gezien de stand van de medische kennis, duidelijk is dat deze praktijken hen blootstellen aan een onmiddellijk risico op overlijden of op letsels die tot een verminking of blijvende invaliditeit kunnen leiden”[1]. Merk op dat de tekst hier wel degelijk verwijst naar adviezen die worden geacht een bedreiging voor de gezondheid te kunnen vormen, zonder dat bewezen moet worden dat ze de gezondheid of het leven van een persoon daadwerkelijk in gevaar hebben gebracht. Immers, in het geval dat het „aanzetten” „effect heeft gehad, worden de straffen verhoogd tot drie jaar gevangenisstraf en 45 000 euro boete”.
Wil de regering een meningsdelict creëren waarbij iemand die de officiële gezondheidsdiscours, het geloof van het moment, betwist, zou worden beschouwd als een sektarische ontsporing? Dat is in elk geval wat de polemiek aanwakkert. Zelfs de Conseil d’État, wiens advies raadgevend is, heeft zich niet vergist. Hij stelt immers voor artikel 4 niet te behouden, omdat „voor zover ze ertoe zouden strekken de promotie van zogenaamde „niet-conventionele” zorgpraktijken in de pers, op het internet en de sociale netwerken te verhinderen, zulke bepalingen een aantasting vormen van de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting”[2]. Hij herinnert bovendien aan het belang van „de vrijheid om een specifieke medische behandeling te aanvaarden of te weigeren, of een ander soort behandeling te kiezen, die essentieel is voor de beheersing van het eigen lot”. Tot slot oordeelde de Conseil d’État, overwegende dat het onwettig uitoefenen van de geneeskunde, misleidende handelspraktijken, misbruik van zwakheid of het in gevaar brengen van het leven van anderen al strafrechtelijk worden bestraft, dat „noch de noodzaak, noch de evenredigheid van deze nieuwe strafbaarstellingen vaststaan”.
Om het recht op vrijheid van meningsuiting en het wetenschappelijke debat te vrijwaren, had de Senaat, op initiatief van senator Alain Houpert, het wetsontwerp van de regering overigens op 19 december jongstleden gewijzigd, door met name artikel 4 te schrappen. Maar op 7 februari heeft de commissie voor de wetten van de Assemblée nationale het ontwerp in zijn oorspronkelijke versie hersteld, om het op 13 en 14 februari ter stemming voor te leggen aan de volksvertegenwoordigers.
Gevaarlijk vage toepassingscriteria
De rapporteur van het ontwerp, Brigitte Liso (die tot de presidentiële meerderheid behoort), wil geruststellen door uit te leggen dat het bewijs van een intentie tot misleiding geleverd zal moeten worden opdat de nieuwe misdrijven van toepassing zijn, die "het niet mogelijk zullen maken de persoon te bestraffen die, te goeder trouw en welwillend, bijvoorbeeld een naaste raad zou willen geven"[3]. Maar dit herstel van artikel 4, dat zij rechtvaardigt met „een evolutie van de sektarische ontsporingen” op het vlak van gezondheid, met name op de sociale netwerken, wordt door verschillende parlementaire fracties betwist. La France Insoumise, het Rassemblement National en ook Les Républicains dreigen onder meer tegen het ontwerp te stemmen als artikel 4 behouden blijft.
Terwijl de Conseil national de l’Ordre des médecins zich voorstander verklaarde van de herinvoering van artikel 4, gingen binnen het verzet tegen de aanpak van de pandemie verschillende stemmen op om de volksvertegenwoordigers te waarschuwen.
De vereniging BonSens stuurde een aangetekende brief met ontvangstbewijs naar de voorzitters van de parlementaire fracties, evenals een e‑mail naar elke volksvertegenwoordiger[4]. Ze herinnert hen er met name aan dat onze recente geschiedenis het belang van de vrijheid van spreken heeft aangetoond. Het is deze vrijheid om afwijkende meningen te uiten die de onthulling mogelijk heeft gemaakt van schandalen zoals dat van het besmette bloed, van Mediator of van Viox, en nog andere. Vandaag beschermt een wet de klokkenluiders. Maar BonSens vreest dat de toevoeging van dit nieuwe misdrijf aan het strafwetboek deze bescherming op de helling zet, onder het voorwendsel van een bedreiging voor de volksgezondheid. Ter herinnering: het was een longarts, Irène Frachon, die alarm had geslagen over de gevaren van Mediator, een geneesmiddel dat was toegelaten door het ANSM (Agence nationale de sécurité du médicament et des produits de santé). Het onderzoek dat volgde op haar publieke uitspraken, concludeerde dat dit geneesmiddel, dat 33 jaar lang door de laboratoria Servier op de markt werd gebracht, de dood had veroorzaakt van 1500 tot 2100 mensen in Frankrijk.
Als het tegenspreken van de verklaringen van de gezondheidsautoriteiten een zwaar bestraft strafrechtelijk misdrijf wordt, wie zal dan nog „de stand van de kennis” durven in vraag stellen, of wat sommigen de „wetenschappelijke consensus” noemen? Ook dr. Nicole en dr. Gérard Delépine hebben een brief naar de parlementsleden gestuurd, waarin ze een „antiwetenschappelijk ontwerp”[5] aanklagen. Ze herinneren eraan dat het de controverses zijn die de vooruitgang van de kennis stimuleren, „omdat ze het onderzoek vooruit kunnen helpen”. Door elk wetenschappelijk debat te confisqueren, bedreigt dit wetsontwerp niet alleen het Franse wetenschappelijke onderzoek en zijn innovatievermogen, maar dreigt het ook „de verschuiving die al enkele decennia wordt vastgesteld naar een eenheidsdenken” te versnellen.
„Eenieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven”
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948Maar het grootste gevaar is misschien niet zozeer wat de wettekst zegt, als wel wat hij niet preciseert. L’Appel du 1er février pour sauver la science[6] geeft de adviezen weer van twee groepen juristen over artikel 4. Ze waarschuwen met name voor de impliciete gevolgen van de tekst. De formulering „gezien de stand van de medische kennis” is bijvoorbeeld een onnauwkeurige formulering. Ze bepaalt niet waar de grens ligt tussen informatie, debat en aanzetten. Ze biedt geen criteria om legitieme praktijken te beoordelen tegenover praktijken die „als zodanig worden voorgesteld”. Ze preciseert niet welke referentie gezaghebbend zal zijn. De erkende wetenschappelijke publicaties? De farmaceutische bedrijven? De minister van Volksgezondheid? Het Europees Geneesmiddelenbureau? De WHO? Haar directeur of haar private bijdragers, zoals Bill Gates? De wettekst vergeet het risico te vermelden dat de farmaceutische lobby, private stichtingen of internationale beleggingsfondsen de hand leggen op de wetenschappelijke „waarheid”.
Deze wettekst stelt ook impliciet het geïnformeerde oordeel in vraag van de behandelende arts, die voor elke patiënt de afweging moet maken tussen de baten en de risico's van een behandeling. De juristen waarschuwen voor een aantasting van de voorschrijfvrijheid van artsen en van de bescherming van persoonsgegevens. Is het de rol van een rechter om te beoordelen wat ernstige gevolgen zou kunnen hebben voor de gezondheid van een persoon? Naast de risico's voor het recht op eerbiediging van het privéleven, voor de vrijheid van de patiënt om een medische behandeling te aanvaarden of te weigeren, voor de bescherming van klokkenluiders en voor het wetenschappelijke debat, slaat het wetsontwerp nog een bijkomende bres met artikel 5. In het geval dat zorgverleners verdacht worden van „therapeutische ontsporingen van sektarische aard”, voorziet de tekst in een verplichting om de Ordre des médecins daarvan op de hoogte te brengen, zodat die professionele sancties kan overwegen bovenop de strafrechtelijke vervolging.
Hebben we werkelijk te maken met een tekst die bedoeld is om de invloed van sekten te bestrijden, of met een totalitaire ontsporing? Een grondig onderzoek van de artikelen 4 en 5 kan doen twijfelen aan de ware bedoeling van de regering. Een zwaar bestraft meningsdelict creëren, zal tot gevolg hebben dat iedereen ervan wordt weerhouden de conclusies of beslissingen van de gezondheidsautoriteiten te betwisten. Tenzij zo'n omerta paradoxaal genoeg de rebellie aanwakkert, of het ontstaan van een geneeskunde „onder de mantel”, een van de kenmerken van het leven onder een totalitair regime dat zijn bevolking tot in de privésfeer wil controleren.
Door het debat te steriliseren, door elke controverse te smoren, worden de principes zelf van de vrijheid van mening en van een echte wetenschappelijke en medische vooruitgang bedreigd. Riskeert een Irène Frachon morgen vervolgd te worden wegens aanzetten tot het niet volgen van een toegelaten behandeling? Zal professor Raoult onder de wet vallen als hij de veelbelovende resultaten deelt van een middel dat niet door de gezondheidsautoriteiten is erkend? Zou een medium als BAM veroordeeld kunnen worden omdat het vragen heeft gesteld bij de onschadelijkheid van een vaccin dat als veilig en doeltreffend wordt voorgesteld? Na de goedkeuring van de DSA (Digital Service Act) door de Europese Unie, onder meer om „medische desinformatie” te bestrijden, blijft waakzaamheid geboden. Het wetsontwerp van de Franse regering, dat met name gericht is op de dissidenten die van „complotdenken” worden beschuldigd, zou als een olievlek kunnen uitdijen op Europees niveau. In haar waarschuwing aan de volksvertegenwoordigers trekt de vereniging BonSens echter een parallel met de tragische uren van de Terreur, toen de Wet op de Verdachten van 1793 de arrestatie legaliseerde van wie „niet voortdurend zijn gehechtheid aan de Franse Revolutie had betoond”. Een tweesnijdend zwaard van een wet, dat uiteindelijk fataal werd voor wie ze had uitgevaardigd!
KAro voor BAM!
Illustratie door BAM!
[1] Texte de la commission n°2157 - Projet de loi - 16e législature - Assemblée nationale
[2] Avis sur un projet de loi visant à renforcer la lutte contre les dérives sectaires et la répression des emprises mentales gravement dommageables
[3] Lutte contre les dérives sectaires : le projet de loi adopté par la commission des lois de l’Assemblée | LCP
[4] Lettre aux députés : Projet de loi sur les dérives sectaires - BonSens.org
[5] Appel du 1 ER février contre l’article 4 de la loi contre les dérives sectaires pour sauver la science
[6] Appel du 1 ER février contre l’article 4 de la loi contre les dérives sectaires pour sauver la science