Aflevering 1: De ontdekking van adresboeken
Op woensdag 26 mei 2021 was ik ongetwijfeld niet de enige die in prime time, om 20.18 uur om precies te zijn, keek naar de anderhalf uur durende reportage „Quand le doute vire au complot” van het team van „Investigation” van de RTBF[1]. In tegenstelling tot de meeste kijkers heb ik ze vooral vanuit een andere invalshoek bekeken dan die van de inhoud, die zonder schroom kritiek op de gezondheidsmaatregelen op één hoop gooide met zulke bizarre overtuigingen als reptilianen en de platte aarde, en zelfs met antisemitisme.
Wat mij die avond in de eerste plaats interesseerde, waren vooral de experts die aan de documentaire meewerkten. Ik had het voorgevoel dat ze uit wat men een adresboek noemt zouden komen. Wat België betreft, had ik trouwens al een naam in gedachten: prof. Olivier Klein van de ULB[2]. Ik had hem, samen met andere academici, gevolgd tijdens mijn onderzoek naar communicatiestrategieën in het kader van de huidige crisis. Bingo! Al bij de inleiding van het onderzoek van de RTBF krijgt het grote publiek prof. Klein voorgeschoteld als expert, uit het niets opgedoken. Waarom is dat dan zo belangrijk?
Tijdsgebrek
Wie zich verdiept in mediatheorie en mediakritiek, kan niet om twee prestigieuze namen heen: de Franse socioloog Pierre Bourdieu[3], en de Amerikaanse taalkundige en activist Noam Chomsky[4]. Beiden hebben zich in hun werk en hun activisme kritisch beziggehouden met de figuur van „de expert”. Bourdieu verwees weliswaar naar de televisie van de jaren 1990, maar dezelfde vaststellingen kunnen worden doorgetrokken naar het internettijdperk: bepaalde voorwaarden worden de journalistiek steeds meer opgelegd door de technologische beperkingen van de televisie. Een daarvan heeft te maken met tijd en urgentie. Die tijdsdruk speelt een rol in de concurrentie met de andere media wanneer het erom gaat sneller dan de anderen een scoop te brengen. Maar dat leidt ook tot fundamentele inperkingen van de denkprocessen: betogen bijvoorbeeld vergen nadenken, en dat kost tijd.
Gemeenplaatsen
De media hebben dus mensen nodig die niet alleen kunnen „denken” onder tijdsdruk, maar daar ook in gedijen: de fast thinkers. De nauwelijks verhulde verwijzing naar de term fast food en wat men daarmee associeert, is een soort academische knipoog. Deze handige „experts” hebben altijd overal een antwoord op, en hoe nieuw een fenomeen ook is, ze weten meteen waar het om draait. In werkelijkheid denken deze snelle denkers uiteraard niet sneller dan anderen: ze communiceren in een kort tijdsbestek (of het nu gaat om de beknoptheid van hun optreden of om de onmiddellijke analyse van een fenomeen) wel degelijk andere informatie, het voorwerp van ons onderzoek.
Omdat ze niet de tijd hebben om iets nieuws uit te leggen dat de kijkers uiteraard nog niet kennen, kunnen ze via kortere wegen alleen een beroep doen op wat al lang in onze verbeelding verankerd is en naar believen inzetbaar is: gemeenplaatsen. Op die manier verwerft het publiek natuurlijk geen enkele nieuwe kennis, aangezien het in wezen gaat om niet-communicatie of lege communicatie.
Er wordt niets nieuws, waar of onwaar, gecommuniceerd. Kortom, wat ze zeggen bevestigt wat men al weet of denkt te weten.
Institutionele indoctrinatie
Het herhaaldelijke gebruik van adresboeken met „experts”, die net zo beschikbaar zijn als de gemeenplaatsen die ze produceren, laat de media nog meer tijd winnen. Steeds dezelfde mensen spreken zich uit over steeds dezelfde onderwerpen. En door de herhaling wordt de ruimte voor het uiten van meningen kleiner, kortom van wat er gezegd kan worden, tot het uiteindelijk uitmondt in een pensée unique. Dat is wat Chomsky de „cultus van de expertise” noemt: een ideologisch instrument dat dient om institutionele analyse en kritiek (het voorrecht van de kritische sociale wetenschappen en de journalistiek) te vervangen, te controleren en uiteindelijk te verhinderen, op basis van geautoriseerde en autoritaire expertises die uit diezelfde instellingen voortkomen. Zo wordt ook het belang van de experts gewaarborgd, dat daarbij samenvalt met hun bestaansvoorwaarden.
Chomsky gaat zelfs zo ver dit een institutionele indoctrinatie te noemen. Dit proces veroorlooft zich een schijn van openheid en controverse via minimale afwijkingen binnen een nauw afgebakende denkruimte, om ervoor te zorgen dat het niet meteen als staatspropaganda wordt afgewezen. De repetitieve patronen in de vorm van adresboeken of netwerken zijn meer dan louter toeval: ze komen voort uit een systeem om, bewust of onbewust, aan zijn belangen tegemoet te komen.
Het onderzoek
De voorbije maanden heb ik onderzoek gedaan naar zo’n netwerk van „experts”: de Comparative Analysis of Conspiracy Theories in Europe of COMPACT[5], waartoe prof. Olivier Klein behoort[6], samen met zo’n 150 andere internationale academici. COMPACT draagt de officiële afkorting „CA15101” („COST Action 15101”) en werd door de Europese Commissie gefinancierd ten belope van ongeveer 675.000 €[7], terwijl de economische waarde ervan op 124 mln. € werd geraamd[8] door de COST Association[9]. Die werd in 1971 opgericht door de regeringen van de toenmalige 19 EU-landen en door de Europese Commissie. Die laatste kende haar voor de periode van 2014 tot 2020 een budget van 300 mln. € toe (in het kader van het onderzoeksprogramma „Horizon 2020” van de Europese Unie)[10]
Voor bewezen diensten heeft de Europese Commissie op haar officiële website, bij haar officiële aanbevelingen in de strijd tegen covid-19, de resultaten[11] van de onderzoeksgroep COMPACT van prof. Butter[12], [13] opgenomen, en ze bedankt hem uitdrukkelijk (vlak voor de rubriek met documenten) voor zijn bijdragen aan de „strijd tegen desinformatie” en tegen de „complottheorieën”[14]. Maar wat is uiteindelijk precies zijn rol?
Wordt vervolgd…
Door Colin Meier, onafhankelijk burgerjournalist en correspondent voor Duitsland bij BAM!
[1] https://www.rtbf.be/auvio/detail_investigation?id=2773404
[2] https://cescup.ulb.be/member/olivier-klein/
[3] Bourdieu, P. (2008 [1996]): Sur la télévision. Raisons d’agir. Paris. 29-32.
[4] Chomsky, N. (2008): The Essential Chomsky. Bodley Head. London. 164p.
[5] https://conspiracytheories.eu/
[6] https://conspiracytheories.eu/member/prof-olivier-klein/
[7] https://www.cost.eu/actions/CA15101/#downloads: zie het document „Second Progress Report”, p. 16. Dit bedrag omvat noch de kosten van de eerste bijeenkomst van de actie, noch die van het afsluitende disseminatiewerk van de actie, die kunnen oplopen tot 10.000 € extra (zie COST Vademecum, p. 42). De werkelijke subsidie voor deze specifieke actie zou dus bijna 690.000 tot 700.000 € kunnen bedragen.
[8] https://www.cost.eu/actions/CA15101/#downloads: zie het document „Memorandum of Understanding (MoU)”, p. 2. De economische waarde van 124 mln. € is een van de hoogste (de tweede om precies te zijn) van de acties waarvan de financiering in 2015 werd goedgekeurd.
[9] https://www.cost.eu/actions/CA15101/#tabs|Name:overview
[10]https://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/IDAN/2015/571312/EPRS_IDA%282015%29571312_EN.pdf: zie p. 30.
[11] https://conspiracytheories.eu/_wpx/wp-content/uploads/2020/03/COMPACT_Guide-2.pdf
[12] https://conspiracytheories.eu/member/prof-dr-michael-butter/
[13] https://uni-tuebingen.de/fakultaeten/philosophische-fakultaet/fachbereiche/neuphilologie/englisches-seminar/sections/american-studies/faculty-staff/prof-dr-michael-butter/
[14] https://ec.europa.eu/info/live-work-travel-eu/coronavirus-response/fighting-disinformation/identifying-conspiracy-theories_en#documents: Een merkwaardige, maar voor het vervolg van het onderzoek mogelijk veelzeggende misstap is dat de Europese Commissie prof. Butter, vicevoorzitter van COMPACT, bedankt, maar niet zijn collega, co-auteur en voorzitter van COMPACT, prof. Knight.
Fotobron:
AdobeStock