De Taskforce Vaccinatie ontdekt de wetenschap opnieuw (Deel 1)
Begin juli bood de Société Scientifique de Médecine Générale (de Franstalige wetenschappelijke vereniging voor huisartsgeneeskunde) huisartsen een webinar aan met als titel: „Een boosterdosis voor een zorgeloze vakantie: epidemiologische situatie”[1]. De hoofdspreker was Jean-Michel Dogné, directeur van het departement farmacie van UNamur, expert geneesmiddelenbewaking bij het FAGG[2] en begin 2020 benoemd tot lid van het Global Advisory Committee on Vaccine Safety (GACVS) van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).
BAM!-DETOX*
Hoewel Jean-Michel Dogné minder in de media is gekomen dan andere experts, oefent hij niet minder invloed uit op de beslissingen over de gezondheidssituatie en de vaccinatiecampagnes, want hij is lid van de Wetenschappelijke Raad en van de Taskforce Vaccinatie. Maar we komen daar in een tweede artikel op terug, want deze veelheid aan functies van één en dezelfde persoon verdient enige verduidelijking.
Bepaalde passages van het webinar trokken in het bijzonder onze aandacht. We hebben daarom besloten ze in twee delen te becommentariëren.
Geen vaccinatie in een epidemische periode
Aan het begin van zijn uiteenzetting spreekt Jean-Michel Dogné over de vaccinatiestrategie: „We vergeten te vaak dat we altijd vaccineren op een moment dat de epidemische situatie zo laag mogelijk is, om te anticiperen op een golf die al dan niet kan komen. Zo vaccineren we altijd tegen griep in oktober, voor een golf die in januari, februari of maart zou kunnen komen. We zullen de strategie om bij elke nieuwe variant in allerijl te vaccineren niet langer kunnen volhouden.” (16e minuut).
Hoe vaak hebben „factcheckers” de afgelopen twee jaar niet gevraagd naar de bronnen van de bewering dat men nooit midden in een epidemie vaccineert! Alsof dat idee op een welbepaalde bladzijde van een medisch handboek moest staan. Terwijl het gaat om een denkproces dat verschillende aspecten met elkaar verbindt en heeft geleid tot een algemeen aanvaarde regel van goede vaccinatiepraktijk.
En nu duikt dit basisprincipe weer op in de mond van een vertegenwoordiger van de Taskforce Vaccinatie, die het inleidt met de woorden: „We vergeten het te vaak”. Toch leken alleen bepaalde experts het vergeten te zijn, terwijl anderen er voortdurend aan bleven herinneren, ook op BAM!. Maar het lijkt erop dat het onmogelijk moest worden de evidentie te ontkennen dat de massavaccinatie voortdurend wordt ingehaald door de virusmutaties, voordat deze goede praktijk (opnieuw) de pijler van de strategie kon worden.
Varianten
Vervolgens geeft Jean-Michel Dogné enige uitleg over de variant die momenteel in België overheerst: „Vandaag is de omicronvariant BA.5 in de meerderheid. Net als bij BA.1 en BA.2 is er een negatief element, namelijk dat de overdracht groter is, en een positief element, namelijk dat ze minder ernstig is dan de deltavariant. ”
Dat doet denken aan een van de fundamentele principes van de virologie, dat op 18 januari 2022 werd verwoord in een artikel van de groep CovidRationnel met als titel „Omicron, a game changer”[3] en waarin we kunnen lezen:
„Zijn evolutie zou in dat geval de wet van de Amerikaanse bacterioloog Theobald Smith (1859-1934) volgen. Volgens die wet ziet een agens dat in een nieuwe gastheer wordt binnengebracht zijn aanvankelijke pathogeniteit afnemen tot het onschadelijk wordt. In de geschiedenis van de virussen zien we dat mutaties doorgaans evolueren naar een virus dat tegelijk besmettelijker maar minder gevaarlijk is voor de gastheer. Dat past helemaal in de logica van de natuurlijke selectie: het moet besmettelijker zijn om zich sneller te verspreiden, maar het heeft er geen enkel voordeel bij zijn gastheer (de mens, voor SARS-CoV-2) te hard aan te vallen ”.
Toegepast op luchtwegvirussen wordt dit een evidentie [zie Figuur - Bron Prof. M. Zizi, tweet]. Een overleden persoon hoest niet meer en kan NIET iemand anders besmetten. Dat is anders bij de virussen van hepatitis B, hiv of ebola, waarbij besmetting mogelijk is door de geïnfecteerde persoon, zelfs als die overleden is.
Een virus dat zich snel verspreidt en in enkele weken de hele planeet koloniseert, kan niet dodelijk zijn, wat niet betekent dat men niet ziek kan worden.

Cellulaire immuniteit
In de 20e minuut spreekt Jean-Michel Dogné de woorden „cellulaire immuniteit” uit, woorden die bij sommige experts nochtans taboe zijn… waaronder Jean-Michel Dogné:
„We hebben slechts beperkte gegevens over de doeltreffendheid van de huidige vaccins tegen de varianten BA.4 en BA.5. Maar de voorlopige gegevens lijken hetzelfde type bescherming te tonen als bij BA.2, namelijk een minder doeltreffende aanmaak van neutraliserende antistoffen. Mensen kunnen dus opnieuw besmet raken, ook als ze 3 keer gevaccineerd zijn. Maar de doeltreffendheid tegen ernstige vormen blijft goed, omdat die minder samenhangt met neutraliserende antistoffen en meer met de cellulaire immuniteit.”
Het belangrijkste argument voor de superioriteit van immunisatie door vaccinatie ten opzichte van immunisatie door de ziekte was tot nu toe altijd gebaseerd op het niveau van neutraliserende antistoffen, dat na vaccinatie veel hoger is dan na de ziekte. Zonder dat iemand ooit een precies niveau heeft kunnen vastleggen dat bereikt moet worden om beschermd te zijn, was die grote hoeveelheid neutraliserende antistoffen van vaccinale oorsprong een soort heilige graal die de ziekte niet kon bereiken. Men vergat daarbij zelfs dat het volkomen normaal is – het gaat om een basisbegrip in de immunologie – dat een antistoffenniveau in enkele maanden daalt, want zonder die daling zouden de duizenden verschillende antistoffen die ieder van ons opstapelt in het bloed geen ruimte laten voor de rest van het plasma. De antistoffen blijven dan in kleinere aantallen maar wel degelijk aanwezig om het immuungeheugen te vormen – via onze cellulaire immuniteit.
Talrijke wetenschappers hebben nochtans tevergeefs geprobeerd te herinneren aan het bestaan van de cellulaire immuniteit, dat andere onderdeel van de immuniteit dat bovenop de humorale immuniteit (via de antistoffen) komt, zoals te lezen is in deze publicatie van CovidRationnel van oktober 2021, die de aandacht vestigt op het belang van die cellulaire immuniteit[4]:
„De meting van anti-SARS-CoV-2-antistoffen is slechts een benaderende indicator van de immuunstatus, wegens de individuele variabiliteit en de variabiliteit in de tijd. Bovendien is een belangrijk onderdeel van de immuunrespons de cellulaire immuniteit, die afzonderlijk wordt gemeten.”
Jean-Michel Dogné had kostbare tijd kunnen winnen als hij zich eerder had laten inspireren door de adviezen van mensen die duidelijk beter over het onderwerp geïnformeerd zijn dan hij, want iets verderop vermeldt hij de onmogelijkheid om op basis van iemands antistoffenniveau te bepalen of die persoon beschermd is of niet, omdat elk individu anders reageert en dat niveau sterk schommelt in de tijd.
Toch lijkt dit begrip cellulaire immuniteit hem nog niet helemaal duidelijk, want verderop in het webinar komt hij toch meermaals terug op de noodzaak om het niveau van neutraliserende antistoffen weer op te trekken met de 2e booster, omdat het niveau in de tijd daalt.
Rond de 25e minuut zegt hij:
„Sommige mensen die in de media komen, zeggen dat het veel beter is om op natuurlijke wijze besmet te raken. Maar we zien dat het niveau van neutraliserende antistoffen ook bij besmette personen in de tijd daalt.”
Het zou interessant zijn de artsen die dit webinar hebben bijgewoond te vragen of ze de tegenstrijdigheid in deze uitspraken hebben opgemerkt. Bij sommigen was dat waarschijnlijk het geval, maar we willen deze tegenstrijdigheid in de verf zetten.
Laten we dus de opeenvolgende uitspraken nog eens overlopen:
- De vaccins blijven doeltreffend tegen ziekenhuisopnames en ernstige vormen ondanks de sterke daling van het antistoffenniveau, omdat die bescherming weinig afhangt van neutraliserende antistoffen (humorale immuniteit) maar meer van de cellulaire immuniteit.
- Kwetsbare patiënten moeten worden aangemoedigd de tweede booster te nemen, omdat men een sterke daling van de neutraliserende antistoffen waarneemt en in studies ziet dat de tweede booster de neutraliserende antistoffen opnieuw doet stijgen.
- Immunisatie via de ziekte is niet beter dan immunisatie via het vaccin (en is dus niet wenselijk), omdat het niveau van neutraliserende antistoffen ook bij besmette personen daalt.
Alleen hangt de bescherming tegen ziekenhuisopnames en ernstige vormen vooral af van de cellulaire immuniteit en weinig van de neutraliserende antistoffen…
Pas wanneer je deze drie uitspraken na elkaar herleest, begrijp je waar het ongemak vandaan komt dat je voelt wanneer je ze afzonderlijk en met enige tijd ertussen hoort. Dat ongemak komt doordat de redenering het beginsel van non-contradictie niet respecteert, de fundamentele pijler van het logisch redeneren, die zo kan worden samengevat: „het is onmogelijk eenzelfde zaak te bevestigen en te ontkennen”.
Als de bescherming tegen ernstige vormen goed blijft ondanks de daling van de neutraliserende antistoffen in de tijd, dan is dat omdat ze vooral afhangt van de cellulaire immuniteit. De daling van de neutraliserende antistoffen na een infectie kan geen argument zijn voor een ondoeltreffendheid van de immunisatie door de ziekte. Evenmin kan de daling van de antistoffen na vaccinatie een voldoende reden zijn om de toediening van een 2e booster aan te bevelen.
Is het dus niet hoog tijd dat het niveau van neutraliserende antistoffen niet langer de referentie-indicator is die de vaccinatiestrategie stuurt, aangezien het een slechte indicator is van de kwaliteit van de immuniteit?[5]
Vaccinatie en immunosuppressie
We maken van dit onderwerp van de neutraliserende antistoffen gebruik om het verslag van het webinar even te verlaten. Begin augustus stelde professor Martin Zizi minister Christie Morreale een fundamentele vraag over de gegrondheid van de toediening van de 2e booster aan immuungecompromitteerde personen. Aangezien vaccinatie een tijdelijke immunosuppressie van nog onbekende duur kan veroorzaken, is het legitiem die vraag te stellen. Na de schorsing van de account van prof. Martin Zizi nam een internetgebruiker het over.
Jean-Michel Dogné antwoordde: „Ja, immuungecompromitteerden moeten bij voorrang worden gevaccineerd” en onderbouwde zijn antwoord met een studie die aantoont dat vaccinatie de humorale immuniteit (de antistoffen) bij immuungecompromitteerden verhoogt[6]. Minister Morreale steunde dit antwoord door het te liken.




We gaan niet in op de beperkingen van deze studie – die de auteurs trouwens zelf vermelden – maar we willen erop wijzen dat Jean-Michel Dogné opnieuw het niveau van neutraliserende antistoffen gebruikt om de doeltreffendheid van vaccinatie bij immuungecompromitteerde patiënten te onderbouwen.
Wie de studie echter tot het einde leest, vindt deze passage: „Furthermore, the antibody response is only one component of the immune response to vaccines, therefore, antibody titer does not necessarily imply clinical protection.”, wat betekent: „Bovendien is de antistofrespons slechts één onderdeel van de immuunrespons op vaccins, en dus betekent de antistoftiter niet noodzakelijk klinische bescherming.”
Bovendien ligt het probleem bij veel immuungecompromitteerde patiënten (zij die behoren tot de categorieën waarvoor de 2e booster bedoeld is) eerder in een gebrekkige cellulaire immuunrespons, zoals uitgelegd in dit artikel dat de immuunstoornissen beschrijft van bijvoorbeeld patiënten met nierinsufficiëntie[7], bij wie een tekort en een ontregeling van de T-lymfocyten worden waargenomen.
Een stijging van het niveau van neutraliserende antistoffen door vaccinatie garandeert dus helemaal geen goede bescherming van immuungecompromitteerde patiënten, maar bij wie het vaccin een bijkomende immunosuppressie veroorzaakt[8], zal het hun kwetsbaarheid voor Sars-Cov 2, maar ook voor veel andere virussen zelfs verergeren.
Het is niet de eerste keer dat een vaccin een tijdelijke daling van de T-lymfocyten veroorzaakt, want het fenomeen is al bekend voor het vaccin tegen mazelen, bof en rodehond[9] en voor bepaalde griepvaccins[10]. De eerste klinische studies van de farmabedrijven[11] maakten trouwens melding van deze daling van de T-lymfocyten: „The largest changes from baseline in laboratory values were transient decreases in lymphocyte counts, which resolved within 1 week after vaccination.” („De belangrijkste veranderingen ten opzichte van de uitgangswaarden in het laboratorium waren tijdelijke dalingen van het aantal lymfocyten, die binnen een week na de vaccinatie verdwenen.”)

Was het, met kennis van dit fenomeen van daling van de T-lymfocyten na de eerste dosis, niet absoluut noodzakelijk om het enerzijds bij voorrang te onderzoeken bij immuungecompromitteerde patiënten (die niet in de oorspronkelijke studies waren opgenomen) en anderzijds na te gaan hoe dit fenomeen evolueert naarmate er meer doses worden toegediend?
Want, zoals iedereen grif zal toegeven: een product dat een, zelfs tijdelijke, immuundeficiëntie kan veroorzaken toedienen aan patiënten die al immuungecompromitteerd zijn, betekent die patiënten blootstellen aan een risico op verhoogde vatbaarheid voor infecties. Ook al volstaat het hoge niveau van neutraliserende antistoffen dat door vaccinatie wordt verkregen misschien om hen tijdelijk te beschermen tegen een ernstige SARS-CoV2-infectie, aan welke andere ziekteverwekkers stelt men hen daarbij bloot? Hoewel de officiële cijfers een daling tonen van de incidentie van ziekenhuisopnames voor covid bij driemaal gevaccineerde patiënten, zijn er geen cijfers die de incidentie van ziekenhuisopnames voor andere infecties evalueren.
De vraag aan de minister en haar „like” van een medisch onjuist antwoord blijven dus brandend actueel.
De hypothese dat de door vaccinatie opgewekte neutraliserende antistoffen kunnen worden vergeleken met een geneesmiddel dat werkt zolang de concentratie ervan in het bloed hoog is – een vergelijking die prof. Delfraissy gebruikte[12] – is een aannemelijke hypothese. Maar deze tijdelijke doeltreffendheid moet worden afgewogen tegen de risico’s die men al immuungecompromitteerde patiënten laat lopen als men die immunosuppressie verergert en als dit fenomeen bij elke nieuwe toegediende dosis toeneemt, zoals het tolerantiefenomeen doet vermoeden.
Tolerantiefenomeen
Laten we dus terugkeren naar het verslag van het webinar, waarin Jean-Michel Dogné in de 34e minuut het volgende zegt:
„De voorlopige gegevens over omicron tonen aan dat er een tolerantiefenomeen is met de tweede booster (dat was al zo met de eerste booster): de doeltreffendheid daalt in de tijd en ze daalt sneller. De tweede booster heeft een effect dat minstens 6 weken duurt. Na 2 maanden is er een nog duidelijkere daling. Maar in deze periode van circulerend covid heeft men er voor de kwetsbaarste bevolkingsgroepen belang bij die twee maanden te winnen vóór een eventuele bijkomende vaccinatie.”
Een vijfde dosis lijkt dus al te worden overwogen in het najaar voor immuungecompromitteerde patiënten, terwijl er nog altijd geen officiële gegevens zijn over de effecten van cumulatieve doses op de cellulaire immuniteit, en terwijl dit tolerantiefenomeen, dat nog toeneemt met de tweede booster, zeer waarschijnlijk te wijten is aan een verstoring van die cellulaire immuniteit. We gaan niet in op details die ver buiten het bestek van dit artikel vallen. Wie verder wil gaan, raden we de studie aan met als titel „The BNT162b2 mRNA vaccine against SARS-CoV-2 reprograms both adaptive and innate immune responses”[13].
(Laattijdige) paradigmaverschuiving
Een andere passage van het webinar die eveneens het vermelden waard lijkt, komt rond de 28e minuut, want Jean-Michel Dogné gebruikt daar de uitdrukking „van paradigma veranderen”:
„Moeten we in het licht van deze waarnemingen niet van paradigma veranderen? Moeten we nog altijd eindeloos pcr-tests blijven financieren om het aantal gevallen of de incidentie van de gevallen precies te bepalen? Of moeten we ons eerder richten op het onderzoek van de doeltreffendheid op symptomatische vormen en op ziekenhuisopnames?”
Het is onmogelijk alle keren op te sommen dat onafhankelijke experts hebben geprobeerd de aandacht te vestigen op de nutteloosheid en de buitensporige kosten van de strategie van massaal testen, en op de zinloosheid van het opvolgen van het aantal „gevallen”, maar we nodigen de lezers uit bepaalde zeer goed gedocumenteerde analyses te herlezen, zoals deze:
waarin we kunnen lezen:
„ Daarentegen mogen gekalibreerde pcr-tests enkel worden gebruikt voor de klinische diagnose van zieke of symptomatische personen in het ziekenhuis of op advies van een arts; of eventueel in het kader van een specifieke screening of een specifiek onderzoek (bijvoorbeeld bij welbepaalde infectiehaarden of „clusters”, maar dan met speekseltests, die sneller en goedkoper zijn dan neus-keeltests.)”
De illusie van de stabiele variant
Rond minuut 33 legt de heer Dogné uit:
„Elke 3-4 maanden zien we een nieuwe variant opduiken die binnen 4 weken dominant wordt. We hebben altijd 3-4 maanden achterstand in alles wat we kunnen voorzien. Als we het vaccin telkens hadden moeten aanpassen, zouden we hoe dan ook altijd te laat zijn geweest. […] Het is moeilijk om vandaag aangepaste vaccins te overwegen, gezien de vrij snelle evolutie van de verschillende varianten, zolang we geen veel stabielere stam hebben.”
Gezien de hoge frequentie en snelheid van de mutaties van coronavirussen (ongeveer 20 duizend puntmutaties in 12 maanden, die een dertigtal klinische varianten hebben opgeleverd) was het uiteraard te voorzien dat het onmogelijk zou zijn de vaccins aan te passen aan elke variant die dominant wordt. En een veel stabielere stam van SARS-CoV-2 verwachten is een illusie.
Overdracht en mucosale immuniteit
Hoewel er in dit webinar nog veel punten te vermelden zijn, sluiten we dit artikel af met de doeltreffendheid (of liever de ondoeltreffendheid) van de vaccinatie op de overdracht.
Want aan het einde van de sessie, bij het beantwoorden van de vragen die in de chat werden gesteld, moest Jean-Michel Dogné wel ingaan op het onderwerp dat sommige deelnemende artsen leek bezig te houden.
Rond de 57e minuut zegt hij het volgende:
„De huidige vaccins hebben, dat moeten we toegeven [nadruk toegevoegd door BAM! Detox], voor een zekere teleurstelling gezorgd wat de overdracht betreft. Dat wil niet zeggen dat het niet werkt, maar naargelang de varianten hebben we zelden meer gehad dan 40 tot 50%. En voor de omicronvariant ligt de doeltreffendheid op de overdracht in de orde van minder dan 30%. Het voordeel van vaccins in neussprays is dat ze, via de mucosale immuniteit en de lokale antistoffen die ze sterker ontwikkelen, het binnendringen van het virus en vooral het weer naar buiten treden blokkeren. […] Ze zullen dus aanvullend zijn, en men zou injecteerbare vaccins kunnen combineren met neusvaccins.”
Deze passage doet ons onvermijdelijk denken aan het artikel dat prof. Bernard Rentier in januari 2022 schreef[14] en waarin hij uitlegde:
„Stimuleren de vaccins de mucosale immuniteit? De uitzonderlijk snelle ontwikkeling op grote schaal van vaccins tegen SARS-CoV-2 heeft voorrang gekregen op het fundamentele immunologische werk dat nodig is om de essentiële kenmerken van de immuniteit tegen dit virus goed te begrijpen, in het bijzonder het mucosale onderdeel ervan. Vaccinatie met het boodschapper-RNA BNT162b2 (Pfizer/BioNTech) wekt de aanmaak van neutraliserende antistoffen op in het bloed, maar niet in het speeksel, wat erop wijst dat de immuniteit van de mond- en neusslijmvliezen door dit vaccinatieprotocol weinig wordt geactiveerd; dat verklaart waarom het virus bij gevaccineerden besmettelijk blijft. ”
Er moet ook aan worden herinnerd dat al meer dan een jaar – in publicaties in de tijdschriften Science en Nature[15] [16] – wordt gemeld dat de immuniteit door spontane immunisatie na een SARS-infectie leidt tot een brede en vooral mucosale immuunrespons, d.w.z. met geschikte antistoffen in de slijmvliezen van de bronchiale boom – en die antistoffen blokkeren de overdracht. Dat werd gezien bij niet-gevaccineerde kinderen in Israël[17] en onafhankelijk daarvan in een studie gepubliceerd in het tijdschrift Science[18], die Dr. Dognée blijkbaar niet heeft gelezen.
Uiteindelijk toont dit aan dat de normale immuniteit, in tegenstelling tot de vaccinale immuniteit, in het geval van SARS beter en langer beschermt en vooral de overdracht afremt, en dat dus niet de niet-gevaccineerden het virus verspreidden!
Terug naar een rationelere wetenschap?
Het bekijken van dit eerste deel van het webinar toont een evolutie in het discours van een invloedrijke expert en laat een toekomstig beleid verwachten dat beter strookt met de basisprincipes van de geneeskunde.
Hoe dan ook is het meer dan legitiem zich af te vragen waarom het zo lang heeft geduurd om te beseffen wat talrijke onafhankelijke experts al lang zeggen, en waarom de mening van die onafhankelijke experts door de overheid niet werd gehoord en gevolgd.
Dat had heel wat verspilling en teleurstellingen voorkomen.
Al kunnen we het verleden niet overdoen, het is merkwaardig dat we vandaag nog altijd niet de experts aan tafel zien die het bij het rechte eind hadden, in plaats van zij die zich zo vaak vergist hebben…
Door BAM!-DETOX
[2] Jean-Michel Dogné, expert pharmacovigilance auprès de l’AFMPS, est nommé membre du Comité consultatif mondial de la sécurité vaccinale de l’Organisation mondiale de la Santé
[4] De source sûre ! – Le blog du #covidrationnel
[5] Understanding T cell responses to COVID-19 is essential for informing public health strategies | Science Immunology
[6] Robust antibody response after a third BNT162b2 vaccine compared to the second among immunocompromised and healthy individuals, a prospective longitudinal cohort study - ScienceDirect
[7] Dysrégulation immunitaire dans l’insuffisance rénale chronique - Encyclopédie médicale - Medix
[8] Thinking beyond behavioural change as an explanation for increased COVID post vaccination | The BMJ
[9] Depressed lymphocyte function after measles-mumps-rubella vaccination
[10] The effect of killed influenza virus vaccine on the kinetics of normal human lymphocytes
[11] Safety and Immunogenicity of Two RNA-Based Covid-19 Vaccine Candidates | NEJM
[12] Covid-19 : le vaccin est "un peu un médicament" avec "une action formidable", pour Jean-François Delfraissy
[13] The BNT162b2 mRNA vaccine against SARS-CoV-2 reprograms both adaptive and innate immune responses | medRxiv
[14] Et l’immunité mucosale ? – Ouvertures immédiates / Immediate openings
[15] Kids and COVID: why young immune systems are still on top
[16] Delta reinfection risk low among unvaccinated children
[17] IgA antibodies may protect unvaccinated people from COVID-19 infection
[18] IgA antibodies seem to protect unvaccinated against COVID-19, study finds -- ScienceDaily
* BAM!-DETOX verenigt universiteitsprofessoren, artsen, mensen die in de farmaceutische en medische sector werken en onafhankelijke journalisten. BAM!-DETOX wil de informatie die in de media en op sociale netwerken wordt verspreid, analyseren en controleren.
Fotobron:
© BAM!